Een voornaam instrument dat lieflijk en charmant klinkt, vooral in de stilte van de avondschemer.
(Leopold Mozart 1756)

De Viola d’amore is een strijkinstrument dat vanaf het eind van de 17 e eeuw veelvuldig voorkomt in de Europese muziek. Eerst in Salzburg, München en Bohemen, later ook in Italië en Frankrijk.

viola d'amore

viola d’amore

Het is onduidelijk waar de viola d’amore haar oorsprong heeft gehad maar het is waarschijnlijk dat het afstamt van de instrumenten uit het Midden Oosten en India waar de toepassing van sympathische snaren gebruikelijk was. Ook de vorm van de klankgaten een symbool zijn voor het gezegde:
De liefde is blind.
De meest voorkomende vorm van de viola d’amore is de traditionele vorm van de viola met aflopende schouders, meestal een vlak achterblad, een hogere krans en een rosette in het klankblad. De toets heeft in tegenstelling tot de viola geen frets.
De viola d’amore heeft 7 speelsnaren en daaronder nog eens 7 sympathische snaren die door de kam en onder de toets door naar de stemsleutels lopen. Deze zijn hetzelfde gestemd als de speelsnaren.
In de Barok was het gebruikelijk dat het instrument voor een muziekstuk apart gestemd moest worden. De stemming werd boven de compositie vermeld. Joseph Maier noteerde in 1732 in zijn “museum Musicum”al 16 verschillende stemmingen voor de viola d’amore. Tegen het einde van de 18e eeuw werd de viola d’a

more algemeen gestemd in:

A-d-a-d’-fis’-a’-d”

Het gros van de muziek voor viola d’amore is geschreven in de Scordatura Notitie.
In de 19e eeuw nam de belangstelling voor dit instrument sterk af waarschijnlijk door de vergroting van de orkesten en de dominantie van de viool als solo-instrument. Tegenwoordig is er weer veel belangstelling voor de Barokmuziek en meerdere barokemsembles willen de muziek op authentieke instrumenten spelen. Hierdoor neemt de belangstelling voor het laten bouwen van een barokviool, viola d’amore, viola de gamba en zelfs de baritone weer toe.

Auteur: Willem van Griensven